Leerlingen Wat doe ik?

Wat doe ik thuis voor school?

We vertellen hier iets over de indeling van de studietijd, over de studieruimte en over hoe je efficiënt kan werken: je lessen nakijken en leren, je taken maken en je boekentas pakken.

1         STUDIETIJDleren_leren_1

De tijd die je thuis met je schoolwerk bezig bent, bedraagt dagelijks ongeveer 2 uur. Je werkt bijvoorbeeld 4 maal een half uur met telkens een pauze van ongeveer 10 minuten (… een drankje, een appel, …)

2         ZELFDE PLAATS, ZELFDE TIJD

Zorg ervoor dat je voor je studiewerk een eigen studieruimte hebt. Daar werk je altijd.

Zorg ervoor dat je steeds op hetzelfde tijdstip begint.

Je kan ook je studietijd in twee verdelen: een deel voor, een deel na het avondeten.

3         AAN HET WERK

3.1       Stel een werkplan op.

In je agenda vind je:

leren_leren_2welke vakken je nakijkt,

welke lessen je leert tegen ’s anderendaags,

welke taak je moet maken,

welke taak je op voorhand zal maken.

(tekenen, blokfluit oefenen, documentatie zoeken).

3.2       Nakijken

Kijk alle vakken die je in de loop van de dag gehad hebt na.

Kijk na of je notities volledig en leesbaar zijn. Zo niet … AANVULLEN en ONDERSTREPEN.

Controleer of je de geziene leerstof begrijpt.

Controleer ook of je alle woorden begrijpt. Wat je niet begrijpt, zoek je op in je handboek, werkboek of woordenboek.

Vraag uitleg aan je vakleerkracht als je niet goed weet wat van je verwacht wordt.

Besteed hier elke dag ongeveer 25 minuten aan.

3.3       Lessen leren.

Verken altijd eerst even je leerstof.

Lees alles nog eens door en controleer of je alles begrijpt.

Begin dan pas met het inprenten van je leerstof.

Kies hiervoor een goede strategie:

leren_leren_3Maak of gebruik kaartjes of een lijstje.

Maak of hermaak een schema.

Maak of hermaak een mindmap(spinschema).

Maak of hermaak oefeningen.

Maak vraagjes over de leerstof en beantwoord ze.

Herschrijf vreemde of moeilijke woorden.

Oefen met de ‘handcomputermethode’.

Controleer altijd of je de leerstof wel echt kent.

Je werkt best schriftelijk.

3.4       Taak maken.

Je taak is meestal een toepassing van de les. Daarom heb je eerst je les geleerd en soortgelijke oefeningen gemaakt. Nu zal het maken van je taak wel vlot verlopen.

Een taak maak je altijd eerst in het klad. Maak je taak met veel zorg in het net.

Voor sommige taken krijg je enkele dagen tijd: een opstel, documentatie zoeken, een tekening maken, … Werk op voorhand en wacht niet tot de laatste dag om eraan te beginnen.

3.5       Nog enkele tips.

leren_leren_4Sluit elk studieblokje af met een korte herhaling van datgene wat je zopas gestudeerd hebt. Dat bevordert in grote mate de opname in je langetermijngeheugen.

Aangezien de leerstof minstens drie tot vier maal moet herhaald worden vooraleer ze in het langetermijngeheugen wordt opgeslagen, zul je verschillende keren moeten herhalen.

3.6       Boekentas pakken.

Je agenda, je toetsenmap en je documentenmap breng je alle dagen mee naar de school.

Kijk in je agenda welke boeken en schriften je de volgende dag nodig hebt en berg ze ordelijk in je boekentas op.

Steek je taak die je moet afgeven in de documentenmap.

Als je een formulier (attest, studiebeurs, …) moet afgeven, dan hoort dat ook in de documentenmap.

Zwempak, turnpak, woordenboek, schrijfgerei … niet vergeten?

Alleen je boterhammen, een drankje, wat fruit, een koek moeten dan ’s morgens nog je boekentas in.